TM3D printgids

Hoe print je met TM3D TPU?

TPU is een flexibel en slijtvast filament voor onderdelen die moeten kunnen buigen, veren of schokken opvangen. In deze handleiding vind je aanbevolen instellingen, tips voor het invoeren van flexibel filament en oplossingen voor veelvoorkomende TPU-printproblemen.


De belangrijkste TPU-instellingen

Gebruik deze instellingen als startpunt. De ideale waarden hangen onder andere af van de hardheid van het TPU, de extruder en de afstand tussen het aandrijfwiel en de nozzle.

Nozzletemperatuur 220–240 °C
Printbed 40–60 °C
Printsnelheid 20–50 mm/s
Retraction Laag

Wat is TPU?

Een flexibel filament voor sterke, veerkrachtige en slijtvaste 3D-prints.

TPU staat voor thermoplastisch polyurethaan. Het materiaal combineert flexibiliteit met een goede slijtvastheid en slagvastheid. Afhankelijk van de wanddikte, infill en geometrie kan een TPU-print soepel buigen of juist stevig en rubberachtig aanvoelen.

Voordelen van TPU

  • Flexibel en veerkrachtig
  • Goede slagvastheid
  • Goede slijtvastheid
  • Scheurt minder snel dan harde kunststoffen
  • Geschikt voor onderdelen die moeten kunnen buigen
  • Goede hechting tussen de printlagen

Geschikte toepassingen

  • Beschermhoezen en bumpers
  • Voetjes en trillingsdempers
  • Pakkingen en flexibele afdichtingen
  • Flexibele koppelingen
  • Handgrepen en antisliponderdelen
  • Wielen, banden en zachte componenten
TPU print anders dan hard filament Flexibel filament kan in de extruder buigen of vastlopen wanneer het te snel wordt ingevoerd. Gebruik daarom een lage printsnelheid en een zo kort en goed ondersteund mogelijk filamentpad.

Aanbevolen printinstellingen voor TPU

Begin rustig en verhoog de printsnelheid pas wanneer het filament betrouwbaar wordt doorgevoerd.

Instelling Aanbevolen waarde Toelichting
Nozzletemperatuur 220–240 °C Begin rond 230 °C en pas de temperatuur aan op basis van de laaghechting, stringing en doorstroming.
Printbed 40–60 °C Een licht verwarmd printbed helpt bij een betrouwbare eerste laag.
Eerste laag 15–25 mm/s Een rustige eerste laag vermindert de druk in de extruder en verbetert de hechting.
Overige lagen 20–50 mm/s Begin laag. Een goed ondersteunde direct-drive extruder kan doorgaans sneller printen dan een lang Bowden-systeem.
Ventilator eerste laag 0% Laat de ventilator tijdens de eerste laag uit voor een goede hechting.
Ventilator overige lagen 20–50% Gebruik beperkte koeling. Meer koeling kan helpen bij kleine onderdelen, bruggen en overhangs.
Retraction Zo laag mogelijk Te veel of te snelle retraction kan het flexibele filament in de extruder vervormen of laten vastlopen.
Nozzle Vanaf 0,4 mm Een nozzle van 0,4 of 0,6 mm is een praktisch startpunt voor TPU.
Goed startpunt Stel de nozzle in op 230 °C, het printbed op 50 °C en de printsnelheid op ongeveer 30 mm/s. Gebruik weinig retraction en verhoog de snelheid pas nadat het filament betrouwbaar wordt doorgevoerd.

Welke printer en extruder zijn geschikt voor TPU?

De vorm en ondersteuning van het filamentpad hebben veel invloed op de betrouwbaarheid.

Direct-drive extruder

Bij een direct-drive extruder zit de extrudermotor dicht bij de nozzle. Het filament hoeft daardoor maar een korte afstand af te leggen.

  • Kort filamentpad
  • Minder kans op knikken
  • Betere controle over de extrusie
  • Vaak hogere TPU-printsnelheden mogelijk
  • Retraction is eenvoudiger af te stellen

Bowden-extruder

TPU kan ook met een Bowden-printer worden verwerkt, maar vraagt meestal om een lagere printsnelheid en minimale retraction.

  • Gebruik een goed aansluitende Bowden-buis
  • Voorkom vrije ruimte rondom het filament
  • Print op een lagere snelheid
  • Gebruik zeer beperkte retraction
  • Controleer of het filament niet in de extruder knikt
Een volledig ondersteund filamentpad werkt het beste Hoe minder ruimte het flexibele filament krijgt om tussen het aandrijfwiel en de nozzle zijwaarts weg te buigen, hoe betrouwbaarder de materiaaltoevoer.

De printer voorbereiden

Droog filament, een vrij draaiende spoel en een schoon filamentpad zijn bij TPU extra belangrijk.

Maak het printbed schoon Verwijder stof, vet en oude lijmresten. Gebruik een reinigingsmethode die geschikt is voor jouw printplaat.
Controleer de spoelhouder Zorg dat de spoel soepel en zonder zware weerstand kan afrollen. Te veel weerstand kan de extrusie verstoren.
Controleer het filamentpad Controleer of het TPU nergens wordt afgekneld en zo weinig mogelijk ruimte heeft om zijwaarts te buigen.
Stel de extruderspanning af Het aandrijfwiel moet voldoende grip hebben, maar mag het filament niet overmatig pletten of vervormen.
Controleer de nozzle Gebruik een schone nozzle en controleer of er geen gedeeltelijke verstopping aanwezig is.
Selecteer een TPU-profiel Kies in de slicer het standaard- of Generic TPU-profiel en verlaag de snelheid wanneer de materiaaltoevoer onregelmatig is.

Zo krijg je een goede eerste laag

TPU hecht vaak sterk aan de printplaat. De eerste laag moet aansluiten, maar hoeft niet extreem hard te worden platgedrukt.

Een goede eerste laag herken je aan:

  • De printlijnen sluiten netjes op elkaar aan
  • Het filament hecht over het volledige oppervlak
  • De extrusie blijft gelijkmatig
  • De nozzle sleept niet door het materiaal
  • Het TPU bouwt zich niet rond de nozzle op

Controleer bij slechte hechting:

  • Of het printbed schoon en vetvrij is
  • Of de Z-offset correct staat
  • Of de eerste laag langzaam genoeg wordt geprint
  • Of het printbed voldoende warm is
  • Of de ventilator tijdens de eerste laag uitstaat
TPU kan zeer sterk hechten Op sommige gladde PEI- of glasplaten kan TPU moeilijk loskomen. Gebruik indien nodig een dunne laag geschikte 3D-printlijm als scheidingsmiddel en laat de printplaat afkoelen voordat je het onderdeel verwijdert.

Handige slicerinstellingen

Met de wanddikte en infill bepaal je voor een groot deel hoe flexibel het geprinte onderdeel wordt.

Onderdeel Startwaarde Effect
Laaghoogte 0,20 mm Goede balans tussen printkwaliteit, betrouwbaarheid en printsnelheid bij een 0,4 mm-nozzle.
Wandlijnen 2–4 Meer wandlijnen maken het onderdeel steviger en minder flexibel.
Top- en bodemlagen 4–6 Zorgt voor gesloten oppervlakken en meer stevigheid.
Infill flexibel onderdeel 5–15% Een lage infill maakt het onderdeel gemakkelijker indrukbaar en buigzaam.
Infill stevig onderdeel 20–40% Meer infill zorgt voor een steviger en minder vervormbaar onderdeel.
Printsnelheid 20–50 mm/s Een lage en constante snelheid voorkomt drukopbouw en knikken in de extruder.
Retractionsnelheid Laag Een langzame retraction vermindert de kans dat het TPU wordt uitgerekt of vervormd.
Brim Alleen indien nodig TPU heeft meestal een goede bedhechting. Gebruik een brim vooral bij kleine contactoppervlakken.
De vorm bepaalt mede de flexibiliteit Een dun onderdeel met weinig wanden en een lage infill voelt veel zachter aan dan een dik onderdeel met meerdere wanden en een hoge infill.

De nozzletemperatuur afstellen

De beste temperatuur hangt af van de printsnelheid, extruder, nozzle en gewenste laaghechting.

Temperatuur mogelijk te laag

  • Slechte hechting tussen de lagen
  • Een ruwe of onregelmatige extrusie
  • De extruder tikt of slaat stappen over
  • Het materiaal komt moeilijk uit de nozzle
  • Het onderdeel scheurt tussen de lagen

Temperatuur mogelijk te hoog

  • Veel stringing of dunne draden
  • Slappe details en overhangs
  • Materiaal blijft aan de nozzle hangen
  • Onnodig veel lekkage tijdens verplaatsingen
  • Details lopen in elkaar over
Pas één instelling tegelijk aan Verander de nozzletemperatuur steeds in stappen van ongeveer 5 °C. Pas daarna pas de snelheid of retraction aan, zodat je weet welke wijziging effect heeft.

Veelvoorkomende TPU-problemen oplossen

Klik op een probleem om de mogelijke oorzaken en oplossingen te bekijken.

Het filament knikt of loopt vast in de extruder
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Verlaag de retractionsnelheid en retractionafstand.
  • Controleer of het filamentpad volledig wordt ondersteund.
  • Verminder de spanning van het extrudertandwiel wanneer het TPU wordt geplet.
  • Controleer of de nozzle gedeeltelijk verstopt is.
  • Verhoog de nozzletemperatuur licht.
De extruder tikt of slaat stappen over
  • Verlaag de printsnelheid en volumetrische materiaalstroom.
  • Verhoog de nozzletemperatuur met ongeveer 5 °C.
  • Controleer de nozzle op een gedeeltelijke verstopping.
  • Controleer of de spoel vrij kan afrollen.
  • Controleer of het filament niet in het invoermechanisme knikt.
Er ontstaan veel draden tussen onderdelen
  • Controleer eerst of het filament droog is.
  • Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C.
  • Kalibreer de retraction voorzichtig.
  • Verhoog eventueel de travelsnelheid.
  • Beperk onnodige verplaatsingen over open ruimtes.
  • Vermijd te veel retractionbewegingen.
Het materiaal komt onregelmatig uit de nozzle
  • Controleer of het TPU vocht heeft opgenomen.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Controleer de spanning van het extrudertandwiel.
  • Controleer of de spoel zonder weerstand afrolt.
  • Controleer de nozzle op vervuiling of verstopping.
De print hecht niet aan het printbed
  • Maak het printbed grondig schoon en vetvrij.
  • Controleer de bed leveling en Z-offset.
  • Verlaag de snelheid van de eerste laag.
  • Gebruik een printbedtemperatuur van ongeveer 40–60 °C.
  • Zet de ventilator tijdens de eerste laag uit.
  • Gebruik bij een klein contactoppervlak een brim.
De print hecht te sterk aan het printbed
  • Laat de printplaat volledig afkoelen.
  • Gebruik een geschikte lijm als scheidingslaag.
  • Verhoog de Z-offset een kleine hoeveelheid.
  • Buig een flexibele printplaat voorzichtig los.
  • Gebruik geen overmatige kracht op glas of een kwetsbare coating.
De lagen hechten niet goed aan elkaar
  • Verhoog de nozzletemperatuur met ongeveer 5–10 °C.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Verminder de ventilatorsnelheid.
  • Controleer of het filament droog is.
  • Controleer de flow en materiaaltoevoer.
Het oppervlak is ruw of bevat kleine gaatjes
  • Droog het filament voordat je verder print.
  • Controleer of het materiaal tijdens het printen knettert.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Kalibreer de flow of extrusion multiplier.
  • Controleer de nozzle op vervuiling.
Overhangs en bruggen zakken door
  • Verhoog de ventilatorsnelheid tijdelijk.
  • Verlaag de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de snelheid van bruggen en overhangs.
  • Gebruik support bij zware overhangs.
  • Verklein eventueel de laaghoogte.
Het onderdeel is minder flexibel dan verwacht
  • Verminder het aantal wandlijnen.
  • Verlaag het infillpercentage.
  • Gebruik een flexibeler infillpatroon.
  • Maak de wanden of het volledige onderdeel dunner.
  • Controleer of de gekozen TPU-hardheid past bij de toepassing.

TPU bewaren en drogen

TPU kan relatief gemakkelijk vocht uit de lucht opnemen. Droog filament is belangrijk voor een glad oppervlak en een betrouwbare extrusie.

TPU goed bewaren

  • Bewaar de spoel in een gesloten zak of drybox
  • Gebruik voldoende droogmiddel
  • Bewaar het filament op een droge plaats
  • Laat de spoel niet onnodig lang openstaan
  • Sluit de verpakking na gebruik direct weer af

Signalen van vochtig TPU

  • Knetterende of ploppende geluiden
  • Veel stringing tussen onderdelen
  • Kleine gaatjes in het printoppervlak
  • Een ruwe of schuimachtige extrusie
  • Een onregelmatige materiaalstroom
Filament drogen Gebruik bij voorkeur een geschikte filamentdroger. Houd rekening met de aanbevolen droogtemperatuur voor de specifieke TPU-variant en voorkom dat de spoel of het filament vervormt.

Materiaaleigenschappen van TM3D TPU

Onderstaande gegevens geven een algemeen beeld van het materiaal.

Materiaal TPU
Filamentdiameter 1,75 mm of 2,85 mm, afhankelijk van de gekozen uitvoering
Eigenschap Flexibel, veerkrachtig en slijtvast
Aanbevolen nozzletemperatuur 220–240 °C
Aanbevolen printbedtemperatuur 40–60 °C
Aanbevolen printsnelheid 20–50 mm/s
Gesloten printkamer Niet noodzakelijk
Geschikte nozzle Standaard messing nozzle voor normaal, ongevuld TPU
Gebruik Flexibele onderdelen, beschermhoezen, dempers, pakkingen, handgrepen en slijtvaste componenten

De exacte eigenschappen en instellingen kunnen per hardheid, kleur, printer en testmethode verschillen. Raadpleeg voor technische toepassingen altijd het actuele technische datablad.

Veilig printen met TPU

Zorg tijdens het 3D-printen altijd voor een veilige en goed ingerichte werkplek.

  • Zorg voor voldoende ventilatie in de printruimte.
  • Raak de hete nozzle en het verwarmde printbed niet aan.
  • Laat een printer niet onnodig onbeheerd werken.
  • Houd de printer uit de buurt van brandbare materialen.
  • Gebruik geprinte onderdelen niet automatisch voor voedselcontact, medische toepassingen of veiligheidskritische toepassingen.
  • Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad voor aanvullende productinformatie.

Veelgestelde vragen over TPU

Kan ik TM3D TPU met een standaard TPU-profiel printen?

Ja. Kies eerst het standaard- of Generic TPU-profiel van je printer. Begin met een lage printsnelheid en controleer of het filament zonder knikken door de extruder wordt gevoerd.

Heb ik een direct-drive extruder nodig?

Een direct-drive extruder wordt aanbevolen, omdat het filamentpad korter en beter ondersteund is. TPU kan ook met sommige Bowden-printers worden verwerkt, maar meestal met een lagere printsnelheid en minder retraction.

Kan TPU door een automatisch materiaalsysteem?

Dat hangt af van het systeem en de hardheid van het TPU. Sommige automatische materiaalsystemen hebben lange filamentpaden of meerdere aandrijfwielen, waardoor flexibel filament kan vastlopen. Voer TPU bij twijfel rechtstreeks vanaf de spoel naar de extruder.

Waarom print je TPU langzamer dan PLA of PETG?

TPU kan onder druk buigen en samendrukken. Bij een te hoge printsnelheid kan het filament in de extruder knikken, waardoor de materiaaltoevoer stopt of onregelmatig wordt.

Hoe maak ik een TPU-onderdeel flexibeler?

Gebruik minder wandlijnen, een lager infillpercentage en een flexibel infillpatroon. Ook de dikte en vorm van het ontwerp hebben veel invloed op de uiteindelijke flexibiliteit.

Waarom veroorzaakt TPU veel stringing?

TPU wordt op een relatief hoge temperatuur geprint en kan vocht opnemen. Droog het filament eerst en stel daarna de temperatuur, travelsnelheid en retraction voorzichtig af.

Welke nozzle kan ik gebruiken?

Voor normaal, ongevuld TPU is een standaard messing nozzle van 0,4 mm geschikt. Een nozzle van 0,6 mm kan de materiaaldoorvoer eenvoudiger en betrouwbaarder maken.

Heb ik een gesloten printer nodig?

Nee. TPU kan doorgaans goed met een open printer worden verwerkt. Vermijd wel sterke luchtstromen rechtstreeks over het printbed en het geprinte onderdeel.

Klaar om met TPU te printen?

Ontdek het assortiment TM3D TPU-filament, geproduceerd in Nederland en geschikt voor flexibele, sterke en slijtvaste 3D-prints.

Bekijk alle TPU-filamenten

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Please note, comments must be approved before they are published