Hoe print je met TM3D PLA Tough?
PLA Tough combineert het gebruiksgemak en de nette afwerking van PLA met extra slagvastheid en een lagere brosheid. Hierdoor is het materiaal geschikt voor functionele onderdelen die sterker en duurzamer moeten zijn dan onderdelen van standaard PLA.
De belangrijkste PLA Tough-instellingen
Gebruik deze instellingen als startpunt. De ideale waarden kunnen per printer, hotend, nozzle en printsnelheid iets verschillen.
Wat is PLA Tough?
Een verbeterde PLA-variant voor functionele onderdelen die meer slagbelasting moeten kunnen verdragen.
PLA Tough is ontwikkeld om minder bros te zijn dan standaard PLA. Het materiaal behoudt het relatief eenvoudige printproces en de goede maatvastheid van PLA, maar kan beter omgaan met stoten, vallen en mechanische belasting.
Hierdoor is PLA Tough een goede keuze voor gebruikers die functionele onderdelen willen printen zonder direct over te stappen op materialen zoals PETG, ABS of ASA.
Voordelen van PLA Tough
- Minder bros dan standaard PLA
- Verbeterde slagvastheid
- Goede hechting tussen de printlagen
- Relatief eenvoudig te printen
- Weinig kans op warping
- Geen gesloten printkamer nodig
Geschikte toepassingen
- Functionele prototypes
- Houders en montagebeugels
- Behuizingen en beschermkappen
- Clips en klikverbindingen
- Gereedschapshouders en organizers
- Onderdelen die regelmatig worden vastgepakt
Aanbevolen printinstellingen voor PLA Tough
Begin met onderstaande waarden en pas daarna één instelling tegelijk aan.
| Instelling | Aanbevolen waarde | Toelichting |
|---|---|---|
| Nozzletemperatuur | 200–230 °C | Begin rond 215 °C. Verhoog de temperatuur bij hoge printsnelheden of wanneer de hechting tussen de lagen onvoldoende is. |
| Printbed | 50–60 °C | Een verwarmd printbed zorgt voor een betrouwbare eerste laag en helpt de hoeken vlak te houden. |
| Eerste laag | 15–30 mm/s | Een rustige eerste laag verbetert de hechting aan de printplaat. |
| Overige lagen | 40–180 mm/s | De maximale snelheid hangt af van de hotend, nozzle, laaghoogte en volumetrische capaciteit van de printer. |
| Ventilator eerste laag | 0–30% | Beperkte koeling tijdens de eerste laag ondersteunt een goede bedhechting. |
| Ventilator overige lagen | 40–100% | Gebruik voldoende koeling voor details en overhangs. Verminder de koeling wanneer maximale laaghechting belangrijker is. |
| Flow | Circa 0,95–1,00 | Begin met het standaardprofiel en kalibreer de flow wanneer oppervlakken te vol of juist te dun worden geprint. |
| Nozzle | Vanaf 0,4 mm | Een standaard messing nozzle van 0,4 mm is geschikt voor normaal, ongevuld PLA Tough. |
Wat is het verschil tussen PLA Tough en standaard PLA?
Beide materialen zijn eenvoudig te printen, maar zijn bedoeld voor verschillende toepassingen.
| Eigenschap | PLA Tough | Standaard PLA |
|---|---|---|
| Slagvastheid | Hoger en minder bros | Lager en breekt eerder bij een harde impact |
| Stijfheid | Sterk, maar kan iets meer meegeven | Vaak zeer stijf |
| Printgemak | Eenvoudig te printen | Eenvoudig te printen |
| Warping | Laag | Laag |
| Geschikte toepassing | Functionele en slagbestendige onderdelen | Visuele modellen en algemene prints |
| Oppervlaktekwaliteit | Strak en gelijkmatig | Strak en gelijkmatig |
De printer voorbereiden
Een goede voorbereiding voorkomt het grootste deel van de printproblemen.
Zo krijg je een goede eerste laag
Een gelijkmatige eerste laag vormt de basis voor een sterk en maatvast onderdeel.
Een goede eerste laag herken je aan:
- De printlijnen sluiten netjes op elkaar aan
- Het filament hecht over het volledige oppervlak
- De lijnen zijn licht platgedrukt
- Er ontstaan geen open ruimtes tussen de lijnen
- De nozzle sleept niet door het materiaal
Controleer bij slechte hechting:
- Of het printbed schoon en vetvrij is
- Of de Z-offset niet te hoog staat
- Of de eerste laag langzaam genoeg wordt geprint
- Of het printbed ongeveer 50–60 °C is
- Of de ventilator tijdens de eerste laag laag staat
Handige slicerinstellingen
De wanddikte, infill en printoriëntatie hebben veel invloed op de sterkte van een PLA Tough-onderdeel.
| Onderdeel | Startwaarde | Effect |
|---|---|---|
| Laaghoogte | 0,20 mm | Goede balans tussen printkwaliteit, laaghechting en printsnelheid bij een nozzle van 0,4 mm. |
| Wandlijnen | 3–5 | Meer wandlijnen maken functionele onderdelen sterker en slagvaster. |
| Top- en bodemlagen | 4–6 | Zorgt voor gesloten en stevigere boven- en onderoppervlakken. |
| Infill algemeen | 15–30% | Geschikt voor de meeste functionele onderdelen en prototypes. |
| Infill zwaar belast onderdeel | 30–50% | Gebruik meer infill wanneer het onderdeel zwaarder wordt belast. |
| Brim | Alleen indien nodig | Gebruik een brim bij kleine contactoppervlakken of lange, smalle modellen. |
| Ventilator | 40–100% | Gebruik minder koeling voor maximale laaghechting en meer koeling voor scherpe details en overhangs. |
| Printsnelheid | 40–180 mm/s | Stem de snelheid af op de maximale materiaalstroom van de hotend. |
Zo print je sterkere PLA Tough-onderdelen
De uiteindelijke sterkte wordt niet alleen bepaald door het materiaal, maar ook door het ontwerp en de printoriëntatie.
Aanbevolen instellingen
- Gebruik minimaal drie wandlijnen
- Gebruik voldoende top- en bodemlagen
- Verlaag de ventilator voor betere laaghechting
- Verhoog de nozzletemperatuur licht
- Print niet sneller dan de hotend aankan
- Gebruik droog filament
Aanbevolen ontwerpkeuzes
- Gebruik afgeronde binnenhoeken
- Vermijd zeer dunne verbindingen
- Voeg ribben toe aan grote vlakke delen
- Versterk schroefgaten en bevestigingspunten
- Stem de printoriëntatie af op de belasting
- Vermijd belasting recht tussen de printlagen
De nozzletemperatuur afstellen
De beste temperatuur hangt af van de printer, nozzle, printsnelheid en gewenste laaghechting.
Temperatuur mogelijk te laag
- Slechte hechting tussen de lagen
- Een ruwe of matte extrusie
- De extruder tikt of slaat stappen over
- Het onderdeel breekt tussen de lagen
- Het materiaal stroomt onregelmatig
Temperatuur mogelijk te hoog
- Veel stringing of dunne draden
- Slappe overhangs en bruggen
- Details lopen in elkaar over
- Materiaal lekt tijdens verplaatsingen uit de nozzle
- Het oppervlak wordt onnodig glanzend
Veelvoorkomende PLA Tough-problemen oplossen
Klik op een probleem om de mogelijke oorzaken en oplossingen te bekijken.
De print hecht niet aan het printbed
- Maak het printbed grondig schoon en vetvrij.
- Controleer de bed leveling en Z-offset.
- Verlaag de snelheid van de eerste laag.
- Gebruik een bedtemperatuur van ongeveer 50–60 °C.
- Verlaag de ventilator tijdens de eerste laag.
- Gebruik bij een klein contactoppervlak een brim.
Het onderdeel breekt tussen de lagen
- Verhoog de nozzletemperatuur met 5–10 °C.
- Verlaag de printsnelheid.
- Verminder de ventilatorsnelheid.
- Gebruik meer wandlijnen.
- Controleer of het filament droog is.
- Pas de printoriëntatie aan de belasting aan.
Het onderdeel is brosser dan verwacht
- Controleer of het juiste materiaalprofiel is geselecteerd.
- Verhoog de nozzletemperatuur licht.
- Verlaag de ventilatorsnelheid.
- Gebruik meer wandlijnen.
- Controleer de printoriëntatie.
- Controleer of het filament niet langdurig vochtig is geweest.
Er ontstaan veel draden tussen onderdelen
- Controleer eerst of het filament droog is.
- Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C.
- Kalibreer de retractioninstellingen.
- Verhoog eventueel de travelsnelheid.
- Beperk onnodige bewegingen over open ruimtes.
De extruder tikt of slaat stappen over
- Controleer of de nozzle gedeeltelijk verstopt is.
- Verhoog de nozzletemperatuur licht.
- Verlaag de printsnelheid of materiaalstroom.
- Controleer de spanning van het extrudertandwiel.
- Controleer of de spoel vrij kan afrollen.
Het oppervlak is ruw of bevat kleine gaatjes
- Controleer of het filament vocht heeft opgenomen.
- Droog het filament indien nodig.
- Kalibreer de flow of extrusion multiplier.
- Verlaag de printsnelheid.
- Controleer de nozzle op vervuiling.
Overhangs en bruggen zakken door
- Verhoog de ventilatorsnelheid.
- Verlaag de nozzletemperatuur licht.
- Verlaag de snelheid van bruggen en overhangs.
- Gebruik support bij zware overhangs.
- Verklein eventueel de laaghoogte.
De hoeken van het model komen omhoog
- Maak het printbed opnieuw schoon.
- Controleer de Z-offset.
- Gebruik bij een groot model een brim.
- Verhoog de bedtemperatuur licht.
- Vermijd koude luchtstromen rondom de printer.
- Verlaag de koeling tijdens de eerste lagen.
De afmetingen van het onderdeel kloppen niet
- Kalibreer de flow en controleer op overextrusie.
- Controleer de maatvoering van het 3D-model.
- Controleer de riemspanning en bewegingsassen.
- Gebruik maatcompensatie in de slicer.
- Print eerst een maatvast kalibratiemodel.
Clips of klikverbindingen breken
- Gebruik afgeronde overgangen in het ontwerp.
- Maak de buigende zone iets langer of dunner.
- Verhoog de nozzletemperatuur voor betere laaghechting.
- Pas de printoriëntatie aan.
- Vermijd scherpe hoeken aan het begin van de clip.
- Print eerst een testversie van de verbinding.
PLA Tough bewaren en drogen
Ook PLA Tough kan vocht uit de lucht opnemen. Vochtig filament kan stringing, gaatjes en een onregelmatig oppervlak veroorzaken.
PLA Tough goed bewaren
- Bewaar de spoel in een gesloten zak of drybox
- Voeg voldoende droogmiddel toe
- Bewaar het filament op een droge plaats
- Laat de spoel niet onnodig lang openstaan
- Sluit de verpakking na gebruik direct weer af
Signalen van vochtig filament
- Knetterende of ploppende geluiden
- Kleine gaatjes in het printoppervlak
- Meer stringing dan normaal
- Een ruwe of inconsistente extrusie
- Een onregelmatige materiaalstroom
Materiaaleigenschappen van TM3D PLA Tough
Onderstaande gegevens geven een algemeen beeld van het materiaal.
| Materiaal | Slagvaste PLA-variant |
|---|---|
| Filamentdiameter | Afhankelijk van de gekozen TM3D-uitvoering |
| Belangrijkste eigenschappen | Minder bros, slagvaster en beter geschikt voor functionele onderdelen dan standaard PLA |
| Aanbevolen nozzletemperatuur | Circa 200–230 °C |
| Aanbevolen printbedtemperatuur | Circa 50–60 °C |
| Aanbevolen ventilator | Circa 40–100%, afhankelijk van de gewenste laaghechting |
| Aanbevolen printsnelheid | Circa 40–180 mm/s, afhankelijk van de printer |
| Gesloten printkamer | Niet noodzakelijk |
| Geschikte nozzle | Standaard messing nozzle voor normaal, ongevuld PLA Tough |
| Gebruik | Functionele prototypes, houders, clips, behuizingen, klikverbindingen en slagbestendige onderdelen |
De exacte eigenschappen en aanbevolen instellingen kunnen per kleur, productvariant, printer en testmethode verschillen. Raadpleeg voor technische toepassingen altijd het actuele technische datablad.
Veilig printen met PLA Tough
Zorg tijdens het 3D-printen altijd voor een veilige en goed ingerichte werkplek.
- Zorg voor voldoende ventilatie in de printruimte.
- Raak de hete nozzle en het verwarmde printbed niet aan.
- Laat een printer niet onnodig onbeheerd werken.
- Houd de printer uit de buurt van brandbare materialen.
- Gebruik geprinte onderdelen niet automatisch voor voedselcontact, medische toepassingen of veiligheidskritische toepassingen.
- Test functionele onderdelen onder de werkelijke belasting voordat je ze definitief gebruikt.
- Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad voor aanvullende productinformatie.
Veelgestelde vragen over PLA Tough
Kan ik PLA Tough met een standaard PLA-profiel printen?
Ja. Gebruik een Generic PLA- of standaard PLA-profiel als uitgangspunt. Stel daarna de nozzletemperatuur, flow en koeling af voor de gewenste laaghechting en sterkte.
Is PLA Tough sterker dan standaard PLA?
PLA Tough is vooral minder bros en beter bestand tegen stoten en impact. De werkelijke sterkte hangt daarnaast af van het ontwerp, de wanddikte, infill, laaghechting en printoriëntatie.
Wat is het verschil tussen PLA Tough en PETG?
PLA Tough print doorgaans vergelijkbaar met PLA en levert een strakke, maatvaste print. PETG heeft vaak een hogere temperatuurbestendigheid en is beter bestand tegen vocht, maar kan meer stringing veroorzaken.
Heb ik een gesloten printer nodig?
Nee. PLA Tough kan doorgaans goed op een open printer worden verwerkt. Vermijd wel sterke koude luchtstromen rechtstreeks over het printbed.
Kan ik snel printen met PLA Tough?
Ja, mits de hotend voldoende materiaal kan smelten. Verhoog bij hoge printsnelheden eventueel de nozzletemperatuur en controleer of de laaghechting goed blijft.
Hoe maak ik een PLA Tough-onderdeel sterker?
Gebruik meer wandlijnen, voldoende top- en bodemlagen, een geschikte printoriëntatie en iets minder koeling. Verhoog indien nodig de nozzletemperatuur voor een betere laaghechting.
Kan ik PLA Tough voor clips gebruiken?
Ja. PLA Tough is geschikt voor veel clips en klikverbindingen. Gebruik afgeronde overgangen, vermijd scherpe hoeken en print de clip in een richting waarbij de laagverbindingen niet direct worden opengetrokken.
Is PLA Tough hittebestendig?
PLA Tough blijft een PLA-gebaseerd materiaal en is daarom niet de beste keuze voor langdurige blootstelling aan hoge temperaturen. Voor warmere toepassingen kan PETG, ABS, ASA of PC geschikter zijn.
Kan PLA Tough buiten worden gebruikt?
Voor tijdelijke buitentoepassingen kan het materiaal bruikbaar zijn. Voor langdurige blootstelling aan zonlicht, warmte en weersinvloeden is ASA doorgaans een betere keuze.
Welke nozzle kan ik gebruiken?
Voor normaal, ongevuld PLA Tough is een standaard messing nozzle van 0,4 mm geschikt. Een nozzle van 0,6 mm kan worden gebruikt voor hogere materiaalstromen en sterkere, dikkere printlijnen.
Waarom ontstaat er stringing?
Stringing kan worden veroorzaakt door vocht, een te hoge nozzletemperatuur of onjuiste retraction. Controleer eerst of het filament droog is en stel daarna de temperatuur en retraction af.
Klaar om sterkere onderdelen met PLA Tough te printen?
Ontdek TM3D PLA Tough-filament voor slagvaste prototypes, functionele onderdelen, sterke clips en duurzame 3D-prints met het gebruiksgemak van PLA.
Bekijk het PLA Tough-filament