TM3D printgids

Hoe print je met TM3D PLA?

PLA is een van de eenvoudigste en meest gebruikte materialen voor 3D-printen. In deze handleiding vind je onze aanbevolen instellingen, tips voor een goede eerste laag en oplossingen voor veelvoorkomende printproblemen.


De belangrijkste instellingen

Gebruik deze instellingen als startpunt. De ideale waarden kunnen per printer, nozzle en printsnelheid iets verschillen.

Nozzletemperatuur 190–220 °C
Printbed 50–60 °C
Ventilator Tot 100%
Printsnelheid 40–200 mm/s

Wat is PLA?

Een gebruiksvriendelijk filament voor nauwkeurige en visueel strakke 3D-prints.

PLA staat voor polylactic acid en is een veelgebruikt materiaal voor FDM- en FFF-3D-printers. Het materiaal is eenvoudig te printen, trekt weinig krom en is geschikt voor zowel beginnende als ervaren gebruikers.

Voordelen van PLA

  • Eenvoudig te printen
  • Weinig kans op warping
  • Scherpe details en een nette oppervlakte
  • Geschikt voor hoge printsnelheden
  • Verkrijgbaar in veel kleuren en afwerkingen
  • Geen gesloten printkamer vereist

Geschikte toepassingen

  • Prototypes en conceptmodellen
  • Decoratieve onderdelen
  • Miniaturen en modellen
  • Houders en organizers
  • Onderwijsprojecten
  • Onderdelen voor gebruik binnenshuis
Let op bij hoge temperaturen Standaard PLA is minder geschikt voor onderdelen die langdurig worden blootgesteld aan warmte, direct zonlicht of hoge mechanische belasting.

Aanbevolen printinstellingen voor PLA

Start met onderstaande waarden en pas daarna kleine onderdelen aan wanneer dat nodig is.

Instelling Aanbevolen waarde Toelichting
Nozzletemperatuur 190–220 °C Begin rond 205 °C en pas de temperatuur aan op basis van printsnelheid en resultaat.
Printbed 50–60 °C Op sommige printoppervlakken kan PLA ook zonder verwarmd bed worden geprint.
Eerste laag 15–30 mm/s Een lagere snelheid verbetert doorgaans de hechting.
Overige lagen 40–200 mm/s Afhankelijk van de printer, hotend, laaghoogte en gewenste kwaliteit.
Ventilator eerste laag 0–30% Minder koeling tijdens de eerste laag helpt bij de hechting.
Ventilator overige lagen 50–100% Extra koeling zorgt voor strakke details en betere overhangs.
Retraction Printerafhankelijk Gebruik eerst het standaard PLA-profiel van de printerfabrikant.
Nozzle Vanaf 0,4 mm Een standaard messing nozzle is geschikt voor normaal PLA.
Goed startpunt Stel de nozzle in op 205 °C, het printbed op 60 °C en gebruik een lage snelheid voor de eerste laag. Vanuit deze basis kun je verder afstellen.

De printer voorbereiden

Een goede voorbereiding voorkomt het grootste deel van de printproblemen.

Maak het printbed schoon Verwijder stof, vet en oude lijmresten. Gebruik een geschikt reinigingsmiddel voor jouw printplaat.
Controleer de nozzle Zorg dat de nozzle schoon is en dat het filament zonder weerstand kan worden geëxtrudeerd.
Kalibreer de eerste laag Controleer de bed leveling en stel de Z-offset correct af.
Selecteer een PLA-profiel Kies in de slicer eerst het standaard- of Generic PLA-profiel.
Controleer het filament Gebruik droog filament en controleer of de spoel vrij kan afrollen.

Zo krijg je een goede eerste laag

De eerste laag vormt de basis van de volledige print.

Een goede eerste laag herken je aan:

  • De printlijnen raken elkaar netjes
  • Het filament hecht over het volledige oppervlak
  • De lijnen zijn licht platgedrukt
  • Er ontstaan geen open ruimtes tussen de lijnen
  • De nozzle sleept niet door het materiaal

Controleer bij slechte hechting:

  • Of het printbed schoon en vetvrij is
  • Of de Z-offset niet te hoog staat
  • Of de eerste laag langzaam genoeg wordt geprint
  • Of het printbed warm genoeg is
  • Of de ventilator tijdens de eerste laag laag staat
Extra hechting nodig? Gebruik eventueel een brim of een dunne laag geschikte 3D-printlijm. Bij een correct afgestelde en schone printplaat is dit voor PLA meestal niet noodzakelijk.

Handige slicerinstellingen

Deze instellingen hebben veel invloed op de sterkte, kwaliteit en printduur van het onderdeel.

Onderdeel Startwaarde Effect
Laaghoogte 0,20 mm Goede balans tussen kwaliteit en printsnelheid bij een 0,4 mm-nozzle.
Wandlijnen 2–4 Meer wandlijnen zorgen doorgaans voor een sterker onderdeel.
Top- en bodemlagen 4–6 Voorkomt zichtbare infill en zorgt voor gesloten oppervlakken.
Infill 10–25% Voldoende voor de meeste visuele en lichtbelaste onderdelen.
Infill functionele print 25–50% Gebruik meer infill wanneer het onderdeel zwaarder wordt belast.
Supporthoek 45–55° Afhankelijk van de geometrie, laaghoogte en koeling.
Brim 5–10 mm Alleen nodig bij kleine contactvlakken of lange, smalle modellen.

De nozzletemperatuur afstellen

De juiste temperatuur hangt onder andere af van de printsnelheid en de gebruikte hotend.

Temperatuur mogelijk te laag

  • Slechte hechting tussen de lagen
  • Een ruwe of matte extrusie
  • Tikkende extruder
  • Filament komt onregelmatig uit de nozzle
  • Het onderdeel breekt gemakkelijk tussen de lagen

Temperatuur mogelijk te hoog

  • Veel stringing of draden
  • Slappe overhangs
  • Details lopen in elkaar over
  • Onnodig veel glans
  • Filament lekt tijdens verplaatsingen uit de nozzle
Pas één instelling tegelijk aan Verander de nozzletemperatuur steeds in stappen van ongeveer 5 °C. Zo kun je beter beoordelen welke wijziging het resultaat verbetert.

Veelvoorkomende PLA-problemen oplossen

Klik op een probleem om de mogelijke oorzaken en oplossingen te bekijken.

De print hecht niet aan het printbed
  • Maak het printbed grondig schoon en vetvrij.
  • Controleer de bed leveling en Z-offset.
  • Verlaag de snelheid van de eerste laag.
  • Verhoog het printbed eventueel naar 55–60 °C.
  • Zet de ventilator tijdens de eerste laag lager.
  • Gebruik bij een klein contactoppervlak een brim.
Er ontstaan draden tussen de onderdelen
  • Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C.
  • Kalibreer de retractioninstellingen.
  • Controleer of het filament vocht heeft opgenomen.
  • Verhoog eventueel de travelsnelheid.
  • Beperk onnodige verplaatsingen over open ruimtes.
De extruder tikt of slaat stappen over
  • Controleer of de nozzle gedeeltelijk verstopt is.
  • Verhoog de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de printsnelheid of volumetrische snelheid.
  • Controleer de spanning van het extrudertandwiel.
  • Controleer of het filament vrij van de spoel afrolt.
De lagen hechten niet goed aan elkaar
  • Verhoog de nozzletemperatuur met 5–10 °C.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Verminder de ventilatorsnelheid.
  • Gebruik meer wandlijnen.
  • Controleer of het filament droog is.
Hoeken of randen komen omhoog
  • Maak het printbed opnieuw schoon.
  • Gebruik een brim rondom het model.
  • Vermijd koude luchtstromen rond de printer.
  • Verhoog de bedtemperatuur licht.
  • Verlaag de ventilatorsnelheid tijdens de eerste lagen.
Overhangs en bruggen zakken door
  • Verhoog de ventilatorsnelheid.
  • Verlaag de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de snelheid van bruggen en overhangs.
  • Gebruik support bij zware overhangs.
  • Controleer of de laaghoogte niet te groot is.
Het oppervlak is ruw of ongelijk
  • Controleer of het filament vocht heeft opgenomen.
  • Kalibreer de flow of extrusion multiplier.
  • Controleer de riemspanning en mechanische speling.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Controleer de nozzle op slijtage of vervuiling.
De afmetingen van het onderdeel kloppen niet
  • Kalibreer de flow en controleer op overextrusie.
  • Controleer de maatvoering van het 3D-model.
  • Gebruik de compensatie-instellingen van de slicer.
  • Controleer de riemspanning en bewegingsassen.
  • Print eerst een maatvast kalibratiemodel.

PLA bewaren en drogen

Ook PLA kan vocht uit de omgeving opnemen. Dit kan de printkwaliteit verminderen.

PLA goed bewaren

  • Bewaar de spoel in een gesloten zak of drybox
  • Voeg een zakje droogmiddel toe
  • Bewaar het filament op een droge plaats
  • Vermijd langdurige blootstelling aan vochtige lucht
  • Houd de spoel uit direct zonlicht

Signalen van vochtig filament

  • Knetterende of ploppende geluiden
  • Kleine gaatjes in het printoppervlak
  • Een ruwe of inconsistente extrusie
  • Meer stringing dan normaal
  • Verminderde hechting tussen de lagen
Filament drogen Gebruik bij voorkeur een geschikte filamentdroger. Stel geen temperatuur in die hoger is dan PLA veilig kan verdragen, omdat de spoel of het filament anders kan vervormen.

Materiaaleigenschappen van TM3D PLA

Onderstaande gegevens geven een algemeen beeld van het materiaal.

Materiaal PLA
Filamentdiameter 1,75 mm of 2,85 mm, afhankelijk van de gekozen uitvoering
Dichtheid Circa 1,24 g/cm³
Aanbevolen nozzletemperatuur 190–220 °C
Aanbevolen printbedtemperatuur 50–60 °C
Verwarmde printkamer Niet noodzakelijk
Geschikte nozzle Standaard messing nozzle voor normaal PLA
Gebruik Prototypes, modellen, decoratie en lichtbelaste functionele onderdelen

De exacte eigenschappen kunnen per kleur, variant en testmethode licht verschillen. Raadpleeg voor technische toepassingen altijd het actuele technische datablad.

Veilig printen met PLA

Zorg tijdens het 3D-printen altijd voor een veilige en goed ingerichte werkplek.

  • Zorg voor voldoende ventilatie in de printruimte.
  • Raak de hete nozzle en het verwarmde printbed niet aan.
  • Laat een printer niet onnodig onbeheerd werken.
  • Houd de printer uit de buurt van brandbare materialen.
  • Gebruik geprinte onderdelen niet automatisch voor voedselcontact, medische toepassingen of veiligheidskritische onderdelen.
  • Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad voor aanvullende productinformatie.

Veelgestelde vragen over PLA

Kan ik TM3D PLA met een standaard PLA-profiel printen?

Ja. Kies in eerste instantie het standaard- of Generic PLA-profiel van je printer. Gebruik daarbij een nozzletemperatuur binnen het aanbevolen bereik van 190–220 °C.

Heb ik een verwarmd printbed nodig?

Niet altijd, maar een printbedtemperatuur van ongeveer 50–60 °C verbetert bij de meeste printers de hechting en betrouwbaarheid.

Heb ik een gesloten printer nodig?

Nee. PLA kan uitstekend met een open printer worden geprint. Zorg wel dat er geen sterke koude luchtstroom rechtstreeks op de print staat.

Welke nozzle kan ik gebruiken?

Voor normaal PLA is een standaard messing nozzle van 0,4 mm een goede keuze. Voor speciale, gevulde PLA-varianten kan een slijtvaste nozzle nodig zijn.

Waarom verschilt de ideale temperatuur per printer?

Hotends, temperatuursensoren, printsnelheden en koeling verschillen per printer. Daarom is het aanbevolen temperatuurbereik een startpunt en kan een kleine persoonlijke afstelling nodig zijn.

Klaar om met PLA te printen?

Ontdek het assortiment TM3D PLA-filament, geproduceerd in Nederland en verkrijgbaar in verschillende kleuren en uitvoeringen.

Bekijk alle PLA-filamenten

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Please note, comments must be approved before they are published