TM3D printgids

Hoe print je met TM3D PETG?

PETG combineert een goede slagvastheid en laaghechting met het gebruiksgemak van een relatief eenvoudig te printen materiaal. In deze handleiding vind je onze aanbevolen instellingen, tips voor een goede eerste laag en oplossingen voor veelvoorkomende PETG-printproblemen.


De belangrijkste PETG-instellingen

Gebruik deze instellingen als startpunt. De ideale waarden kunnen per printer, nozzle, printplaat en printsnelheid iets verschillen.

Nozzletemperatuur 230–260 °C
Printbed 70–80 °C
Ventilator 0–10%
Printsnelheid 40–180 mm/s

Wat is PETG?

Een sterk en veelzijdig filament voor functionele onderdelen, prototypes en dagelijks gebruik.

PETG staat voor polyethylene terephthalate glycol-modified. Het materiaal combineert een goede slagvastheid en sterke laaghechting met een relatief eenvoudige verwerking. PETG is daardoor geschikt voor onderdelen die meer belasting moeten verdragen dan standaard PLA.

Voordelen van PETG

  • Sterke hechting tussen de printlagen
  • Goede slagvastheid
  • Minder bros dan standaard PLA
  • Goede chemische bestendigheid
  • Relatief weinig kans op warping
  • Geschikt voor functionele onderdelen

Geschikte toepassingen

  • Behuizingen en beschermkappen
  • Houders en bevestigingsonderdelen
  • Functionele prototypes
  • Machine- en werkplaatsonderdelen
  • Onderdelen voor vochtige omgevingen
  • Dagelijks gebruikte gebruiksvoorwerpen
Let op bij langdurige buitenbelasting PETG is vochtbestendig en geschikt voor veel functionele toepassingen, maar voor langdurig buitengebruik met sterke uv-belasting is ASA meestal een betere keuze.

Aanbevolen printinstellingen voor PETG

Begin met onderstaande waarden en pas daarna één instelling tegelijk aan.

Instelling Aanbevolen waarde Toelichting
Nozzletemperatuur 230–260 °C Begin rond 240–245 °C en verhoog de temperatuur bij hoge printsnelheden of slechte laaghechting.
Printbed 70–80 °C Zorgt voor een betrouwbare eerste laag en vermindert het loskomen van hoeken.
Eerste laag 15–30 mm/s Een rustige eerste laag geeft PETG voldoende tijd om goed te hechten.
Overige lagen 40–180 mm/s Afhankelijk van de printer, hotend, nozzle en volumetrische capaciteit.
Ventilator eerste laag 0% Geen koeling tijdens de eerste laag zorgt meestal voor de beste hechting.
Ventilator overige lagen 0–10% Beperkte koeling ondersteunt een sterke laaghechting. Gebruik alleen meer koeling bij bruggen en moeilijke overhangs.
Flow Circa 0,95–1,00 Start met het standaardprofiel en kalibreer de flow wanneer oppervlakken te vol of juist te dun worden geprint.
Nozzle Vanaf 0,4 mm Een standaard messing nozzle is geschikt voor normaal, ongevuld PETG.
Goed startpunt Stel de nozzle in op 240 °C, het printbed op 75 °C en de ventilator op maximaal 10%. Print de eerste laag langzaam en pas daarna de snelheid aan.

De printer voorbereiden

Een schone printplaat en droog filament zijn bij PETG extra belangrijk.

Maak het printbed schoon Verwijder stof, vet en oude lijmresten. Gebruik een reinigingsmethode die geschikt is voor jouw type printplaat.
Controleer de printplaat PETG kan zeer sterk hechten. Gebruik op gladde PEI- of glasplaten eventueel een dunne scheidingslaag van geschikte 3D-printlijm.
Controleer de nozzle Zorg dat de nozzle schoon is en dat het filament gelijkmatig en zonder weerstand wordt geëxtrudeerd.
Kalibreer de eerste laag Controleer de bed leveling en stel de Z-offset goed af. PETG hoeft niet extreem hard op de printplaat te worden gedrukt.
Selecteer een PETG-profiel Kies in de slicer het standaard- of Generic PETG-profiel en neem dit als uitgangspunt.
Controleer het filament Gebruik droog PETG en zorg dat de spoel zonder weerstand kan afrollen.

Zo krijg je een goede eerste laag

PETG moet goed hechten, maar mag niet onnodig hard in de printplaat worden gedrukt.

Een goede eerste laag herken je aan:

  • De printlijnen sluiten netjes op elkaar aan
  • Het filament hecht over het volledige oppervlak
  • De lijnen zijn licht platgedrukt
  • Er ontstaan geen open ruimtes tussen de lijnen
  • Er blijft weinig materiaal aan de nozzle hangen

Controleer bij slechte hechting:

  • Of het printbed schoon en vetvrij is
  • Of de Z-offset niet te hoog staat
  • Of het bed minimaal 70 °C is
  • Of de eerste laag langzaam genoeg wordt geprint
  • Of de ventilator tijdens de eerste laag uitstaat
Voorkom beschadiging van de printplaat PETG kan zeer sterk hechten aan glas en sommige gladde PEI-platen. Gebruik indien nodig een dunne lijmlaag als scheidingsmiddel en laat de printplaat afkoelen voordat je het onderdeel verwijdert.

Handige slicerinstellingen

Deze instellingen hebben veel invloed op de sterkte, oppervlaktekwaliteit en printduur van het onderdeel.

Onderdeel Startwaarde Effect
Laaghoogte 0,20 mm Goede balans tussen kwaliteit en printsnelheid bij een 0,4 mm-nozzle.
Wandlijnen 3–4 Extra wandlijnen maken functionele onderdelen doorgaans sterker.
Top- en bodemlagen 4–6 Zorgt voor gesloten oppervlakken en voorkomt zichtbare infill.
Infill 15–30% Geschikt voor de meeste functionele en lichtbelaste onderdelen.
Infill zwaar belast onderdeel 30–50% Gebruik meer infill wanneer het onderdeel mechanisch zwaarder wordt belast.
Maximale volumetrische snelheid 12–16 mm³/s Een veilig startbereik. Snelle printers kunnen na kalibratie mogelijk hoger worden ingesteld.
Supporthoek 45–55° PETG kan sterk aan support hechten. Geef voldoende afstand tussen support en het model.
Brim 5–10 mm Alleen nodig bij kleine contactvlakken of lange, smalle modellen.

De nozzletemperatuur afstellen

De beste PETG-temperatuur hangt af van de printsnelheid, nozzle en hotend.

Temperatuur mogelijk te laag

  • Slechte hechting tussen de lagen
  • Een ruwe of matte extrusie
  • De extruder tikt of slaat stappen over
  • Het materiaal komt onregelmatig uit de nozzle
  • Het onderdeel breekt gemakkelijk tussen de lagen

Temperatuur mogelijk te hoog

  • Veel stringing of dunne draden
  • Slappe overhangs en bruggen
  • Details lopen in elkaar over
  • Materiaal blijft aan de nozzle hangen
  • Onnodig veel glans of kleine materiaalophopingen
Pas één instelling tegelijk aan Verander de nozzletemperatuur steeds in stappen van ongeveer 5 °C. Zo zie je duidelijk welke wijziging het resultaat verbetert.

Veelvoorkomende PETG-problemen oplossen

Klik op een probleem om de mogelijke oorzaken en oplossingen te bekijken.

De print hecht niet aan het printbed
  • Maak het printbed grondig schoon en vetvrij.
  • Controleer de bed leveling en Z-offset.
  • Verlaag de snelheid van de eerste laag.
  • Gebruik een bedtemperatuur van 70–80 °C.
  • Zet de ventilator tijdens de eerste laag volledig uit.
  • Gebruik bij een klein contactoppervlak een brim.
Er ontstaan veel draden tussen onderdelen
  • Controleer eerst of het filament droog is.
  • Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C.
  • Kalibreer de retractioninstellingen.
  • Verhoog eventueel de travelsnelheid.
  • Beperk onnodige verplaatsingen over open ruimtes.
  • Controleer of de nozzle niet lekt door een slechte montage.
Materiaal blijft aan de nozzle hangen
  • Controleer of de eerste laag niet te hard wordt platgedrukt.
  • Maak de buitenzijde van de nozzle voorzichtig schoon.
  • Controleer de flow op overextrusie.
  • Verlaag de nozzletemperatuur licht.
  • Controleer of het filament droog is.
De extruder tikt of slaat stappen over
  • Controleer of de nozzle gedeeltelijk verstopt is.
  • Verhoog de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de printsnelheid of volumetrische snelheid.
  • Controleer de spanning van het extrudertandwiel.
  • Controleer of het filament vrij van de spoel afrolt.
De lagen hechten niet goed aan elkaar
  • Verhoog de nozzletemperatuur met 5–10 °C.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Verminder de ventilatorsnelheid.
  • Gebruik meer wandlijnen.
  • Controleer of het filament droog is.
Hoeken of randen komen omhoog
  • Maak het printbed opnieuw schoon.
  • Gebruik een brim rondom het model.
  • Vermijd koude luchtstromen rond de printer.
  • Verhoog de bedtemperatuur licht.
  • Zet de ventilator tijdens de eerste lagen uit.
Overhangs en bruggen zakken door
  • Gebruik tijdelijk meer koeling bij bruggen.
  • Verlaag de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de snelheid van bruggen en overhangs.
  • Gebruik support bij zware overhangs.
  • Controleer of de laaghoogte niet te groot is.
Het oppervlak is ruw of bevat kleine gaatjes
  • Droog het filament voordat je verder print.
  • Kalibreer de flow of extrusion multiplier.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Controleer de nozzle op vervuiling.
  • Controleer of het materiaal tijdens het printen knettert.
De print hecht te sterk aan het printbed
  • Laat de printplaat volledig afkoelen.
  • Gebruik een geschikte lijm als scheidingslaag.
  • Verhoog de Z-offset een kleine hoeveelheid.
  • Buig een flexibele printplaat voorzichtig los.
  • Gebruik geen overmatige kracht op glas of een kwetsbare coating.
De afmetingen van het onderdeel kloppen niet
  • Kalibreer de flow en controleer op overextrusie.
  • Controleer de maatvoering van het 3D-model.
  • Gebruik de compensatie-instellingen van de slicer.
  • Controleer de riemspanning en bewegingsassen.
  • Print eerst een maatvast kalibratiemodel.

PETG bewaren en drogen

PETG kan vocht uit de lucht opnemen. Vochtig filament veroorzaakt vaak stringing en een onrustig printoppervlak.

PETG goed bewaren

  • Bewaar de spoel in een gesloten zak of drybox
  • Voeg voldoende droogmiddel toe
  • Bewaar het filament op een droge plaats
  • Laat de spoel niet onnodig lang openstaan
  • Sluit de verpakking na gebruik direct weer af

Signalen van vochtig PETG

  • Knetterende of ploppende geluiden
  • Veel dunne draden tussen onderdelen
  • Kleine gaatjes in het printoppervlak
  • Een ruwe of inconsistente extrusie
  • Materiaal dat onrustig uit de nozzle komt
TM3D PETG wordt vooraf gedroogd Ons PETG wordt tijdens het productieproces gedroogd. Na het openen kan het materiaal opnieuw vocht opnemen. Bewaar de spoel daarom na gebruik zo veel mogelijk luchtdicht.
Filament drogen Gebruik bij voorkeur een geschikte filamentdroger. Volg daarbij de temperatuur- en tijdsinstellingen van de droger en voorkom dat de spoel of het filament vervormt.

Materiaaleigenschappen van TM3D PETG

Onderstaande gegevens geven een algemeen beeld van het materiaal.

Materiaal PETG
Filamentdiameter 1,75 mm of 2,85 mm, afhankelijk van de gekozen uitvoering
Dichtheid Circa 1,27 g/cm³
Aanbevolen nozzletemperatuur 230–260 °C
Aanbevolen printbedtemperatuur 70–80 °C
Aanbevolen ventilator 0–10%, behalve bij bruggen en zware overhangs
Verwarmde printkamer Niet noodzakelijk
Geschikte nozzle Standaard messing nozzle voor normaal, ongevuld PETG
Gebruik Functionele onderdelen, behuizingen, prototypes, houders en technisch gebruikte onderdelen

De exacte eigenschappen kunnen per kleur, variant en testmethode licht verschillen. Raadpleeg voor technische toepassingen altijd het actuele technische datablad.

Veilig printen met PETG

Zorg tijdens het 3D-printen altijd voor een veilige en goed ingerichte werkplek.

  • Zorg voor voldoende ventilatie in de printruimte.
  • Raak de hete nozzle en het verwarmde printbed niet aan.
  • Laat een printer niet onnodig onbeheerd werken.
  • Houd de printer uit de buurt van brandbare materialen.
  • Gebruik geprinte onderdelen niet automatisch voor voedselcontact, medische toepassingen of veiligheidskritische toepassingen.
  • Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad voor aanvullende productinformatie.

Veelgestelde vragen over PETG

Kan ik TM3D PETG met een standaard PETG-profiel printen?

Ja. Kies eerst het standaard- of Generic PETG-profiel van je printer. Gebruik een nozzletemperatuur binnen het bereik van 230–260 °C en een printbedtemperatuur van 70–80 °C.

Welke instellingen gebruik ik op een Bambu Lab-printer?

Kies Generic PETG als uitgangspunt. Een goed startpunt is een nozzle van ongeveer 235–250 °C, een printbed van 70–80 °C en maximaal 0–10% normale ventilatorkoeling. Kalibreer de flow en maximale volumetrische snelheid voor het beste resultaat.

Heb ik een gesloten printer nodig?

Nee. PETG kan goed met een open printer worden geprint. Vermijd wel sterke koude luchtstromen rechtstreeks over het printbed.

Waarom veroorzaakt PETG meer stringing dan PLA?

PETG wordt op een hogere temperatuur geprint en neemt relatief gemakkelijk vocht op. Controleer daarom eerst of het filament droog is en stel daarna de temperatuur en retraction af.

Kan PETG buiten worden gebruikt?

PETG is vochtbestendig en geschikt voor veel toepassingen buiten. Voor onderdelen die langdurig worden blootgesteld aan sterk zonlicht en uv-straling is ASA doorgaans een betere keuze.

Welke nozzle kan ik gebruiken?

Voor normaal PETG is een standaard messing nozzle van 0,4 mm een goede keuze. Voor gevulde PETG-varianten, zoals PETG met koolstofvezel, kan een slijtvaste nozzle nodig zijn.

Waarom blijft PETG aan mijn nozzle plakken?

Dit wordt vaak veroorzaakt door een te lage Z-offset, overextrusie, vochtig filament of een te hoge nozzletemperatuur. Controleer eerst de eerste laag en kalibreer daarna de flow.

Klaar om met PETG te printen?

Ontdek het assortiment TM3D PETG-filament, geproduceerd in Nederland en verkrijgbaar in verschillende kleuren, diameters en spoelgroottes.

Bekijk alle PETG-filamenten

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Please note, comments must be approved before they are published