TM3D printgids

Hoe print je met TM3D ABS?

ABS is een sterk, slagvast en hittebestendiger filament voor functionele onderdelen en technische toepassingen. In deze handleiding vind je onze aanbevolen instellingen, tips om warping te voorkomen en oplossingen voor veelvoorkomende ABS-printproblemen. Stel de printer in op GENERIC ABS SETTINGS. 

De belangrijkste ABS-instellingen

Gebruik deze instellingen als startpunt. De ideale waarden kunnen per printer, nozzle, printplaat en printsnelheid iets verschillen.

Nozzletemperatuur 240–260 °C
Printbed 90–110 °C
Ventilator 0-10%
Printkamer Gesloten

Wat is ABS?

Een sterk technisch filament voor functionele onderdelen die meer warmte en mechanische belasting moeten verdragen.

ABS staat voor acrylonitrile butadiene styrene. Het materiaal staat bekend om zijn slagvastheid, stevigheid en hogere temperatuurbestendigheid ten opzichte van standaard PLA. ABS wordt veel gebruikt voor technische onderdelen, behuizingen, prototypes en producten die na het printen nog moeten worden geschuurd, gelijmd of nabewerkt.

Voordelen van ABS

  • Goede slagvastheid
  • Minder bros dan standaard PLA
  • Hogere temperatuurbestendigheid
  • Geschikt voor functionele onderdelen
  • Goed te schuren en te bewerken
  • Te verlijmen en chemisch na te behandelen

Geschikte toepassingen

  • Behuizingen en beschermkappen
  • Machineonderdelen
  • Functionele prototypes
  • Houders en bevestigingsonderdelen
  • Onderdelen voor gebruik binnenshuis
  • Onderdelen die warmte moeten verdragen
ABS is gevoelig voor warping ABS krimpt tijdens het afkoelen. Gebruik daarom bij voorkeur een gesloten printkamer en voorkom koude luchtstromen en sterke temperatuurverschillen.

Aanbevolen printinstellingen voor ABS

Begin met onderstaande waarden en pas daarna één instelling tegelijk aan.

Instelling Aanbevolen waarde Toelichting
Nozzletemperatuur 240–260 °C Begin rond 250 °C en pas de temperatuur aan op basis van printsnelheid en laaghechting.
Printbed 90–110 °C Een warm printbed vermindert krimp en helpt voorkomen dat hoeken loskomen.
Eerste laag 15–30 mm/s Een rustige eerste laag zorgt voor een betere hechting.
Overige lagen 40–150 mm/s Afhankelijk van de printer, hotend, nozzle, modelgrootte en gewenste kwaliteit.
Ventilator eerste laag 0% Koeling tijdens de eerste laag verhoogt de kans op slechte hechting en warping.
Ventilator overige lagen 0-10% Laat de normale part cooling bij ABS bij voorkeur uit. Gebruik alleen beperkte koeling wanneer dit echt nodig is voor bruggen.
Printkamer Gesloten en warm Een stabiele omgevingstemperatuur helpt krimp en scheuren tussen de lagen voorkomen.
Nozzle Vanaf 0,4 mm Een standaard messing nozzle is geschikt voor normaal, ongevuld ABS.
Goed startpunt Stel de nozzle in op 250 °C, het printbed op 100 °C en zet de ventilatorkoeling uit. Laat een gesloten printer eerst enkele minuten opwarmen voordat je de print start.

De printer voorbereiden

Een stabiele temperatuur en goede bedhechting zijn bij ABS extra belangrijk.

Maak het printbed schoon Verwijder stof, vet en oude lijmresten. Gebruik een reinigingsmethode die geschikt is voor jouw printplaat.
Controleer de printplaat Gebruik een printoppervlak dat geschikt is voor hoge bedtemperaturen en ABS. Gebruik indien nodig een geschikte hechtlaag.
Sluit de printkamer Houd deuren en panelen tijdens het printen gesloten en voorkom koude luchtstromen rondom de printer.
Verwarm de printer voor Verwarm het printbed en laat de temperatuur in de gesloten printkamer eerst stabiliseren voordat de print begint.
Kalibreer de eerste laag Controleer de bed leveling en stel de Z-offset correct af.
Selecteer een ABS-profiel Kies in de slicer het standaard- of Generic ABS-profiel en gebruik dit als uitgangspunt.

Zo krijg je een goede eerste laag

Een goede eerste laag is essentieel om te voorkomen dat een ABS-print tijdens het printen loskomt.

Een goede eerste laag herken je aan:

  • De printlijnen raken elkaar netjes
  • Het filament hecht over het volledige oppervlak
  • De lijnen zijn gelijkmatig platgedrukt
  • Er ontstaan geen open ruimtes tussen de lijnen
  • De randen blijven vlak op de printplaat liggen

Controleer bij slechte hechting:

  • Of het printbed schoon en vetvrij is
  • Of de Z-offset correct staat
  • Of het printbed minimaal 90 °C is
  • Of de eerste laag langzaam genoeg wordt geprint
  • Of de ventilator volledig uitstaat
  • Of er koude lucht langs de printer stroomt
Gebruik bij grote modellen een brim Een brim van 5 tot 15 mm vergroot het contactoppervlak en helpt voorkomen dat hoeken tijdens het printen omhoogkomen.

Waarom een gesloten printkamer belangrijk is

ABS krimpt bij het afkoelen. Een gesloten printkamer houdt de temperatuur rond het model stabieler.

Voordelen van een gesloten printer

  • Minder temperatuurverschillen
  • Minder kans op warping
  • Betere hechting tussen de lagen
  • Minder kans op scheuren in hoge modellen
  • Betrouwbaarder printen van grote onderdelen

Vermijd tijdens het printen:

  • Het openen van deuren en panelen
  • Airconditioning gericht op de printer
  • Een open raam naast de printer
  • Sterke temperatuurschommelingen
  • Het direct verwijderen van een hete print
Laat de print rustig afkoelen Open de printkamer niet direct na het printen. Laat het onderdeel en de printplaat geleidelijk afkoelen om vervorming en scheuren te voorkomen.

Handige slicerinstellingen

Deze instellingen hebben veel invloed op de sterkte, krimp en printkwaliteit van het onderdeel.

Onderdeel Startwaarde Effect
Laaghoogte 0,20 mm Goede balans tussen kwaliteit en printsnelheid bij een 0,4 mm-nozzle.
Wandlijnen 3–5 Meer wandlijnen maken functionele onderdelen doorgaans sterker.
Top- en bodemlagen 4–6 Zorgt voor gesloten en stevigere oppervlakken.
Infill 15–30% Geschikt voor de meeste functionele en lichtbelaste onderdelen.
Infill zwaar belast onderdeel 30–50% Gebruik meer infill wanneer het onderdeel mechanisch zwaarder wordt belast.
Brim 5–15 mm Vergroot de hechting en vermindert de kans op omhoogkomende hoeken.
Ventilator 0% Voor de meeste ABS-prints geeft geen part cooling de beste laaghechting.
Supportafstand Printerafhankelijk Kies voldoende afstand zodat support na het printen goed te verwijderen blijft.

De nozzletemperatuur afstellen

De beste ABS-temperatuur hangt af van de printsnelheid, nozzle en hotend.

Temperatuur mogelijk te laag

  • Slechte hechting tussen de lagen
  • Een ruwe of matte extrusie
  • De extruder tikt of slaat stappen over
  • Het onderdeel scheurt tussen de lagen
  • Het materiaal komt onregelmatig uit de nozzle

Temperatuur mogelijk te hoog

  • Veel stringing of dunne draden
  • Slappe overhangs en bruggen
  • Details lopen in elkaar over
  • Materiaal lekt tijdens verplaatsingen uit de nozzle
  • Het oppervlak wordt onnodig glanzend of zacht
Pas één instelling tegelijk aan Verander de nozzletemperatuur steeds in stappen van ongeveer 5 °C. Zo zie je duidelijk welke wijziging het resultaat verbetert.

Veelvoorkomende ABS-problemen oplossen

Klik op een probleem om de mogelijke oorzaken en oplossingen te bekijken.

De hoeken van de print komen omhoog
  • Maak het printbed grondig schoon en vetvrij.
  • Gebruik een brim van 5 tot 15 mm.
  • Verhoog de printbedtemperatuur.
  • Zet de ventilator volledig uit.
  • Gebruik een gesloten printkamer.
  • Voorkom koude luchtstromen rondom de printer.
Er ontstaan scheuren tussen de lagen
  • Verhoog de nozzletemperatuur met 5–10 °C.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Zet de ventilator volledig uit.
  • Verhoog de temperatuur in de printkamer.
  • Houd deuren en panelen tijdens het printen gesloten.
  • Laat de print na afloop langzaam afkoelen.
De print hecht niet aan het printbed
  • Maak het printbed schoon en vetvrij.
  • Controleer de bed leveling en Z-offset.
  • Verlaag de snelheid van de eerste laag.
  • Gebruik een bedtemperatuur van 90–110 °C.
  • Gebruik een geschikte hechtlaag voor ABS.
  • Zet de ventilator tijdens de eerste laag uit.
De extruder tikt of slaat stappen over
  • Controleer of de nozzle gedeeltelijk verstopt is.
  • Verhoog de nozzletemperatuur licht.
  • Verlaag de printsnelheid of volumetrische snelheid.
  • Controleer de spanning van het extrudertandwiel.
  • Controleer of het filament vrij van de spoel afrolt.
Er ontstaan veel draden tussen onderdelen
  • Verlaag de nozzletemperatuur in stappen van 5 °C.
  • Kalibreer de retractioninstellingen.
  • Controleer of het filament droog is.
  • Verhoog eventueel de travelsnelheid.
  • Beperk onnodige bewegingen over open ruimtes.
Overhangs en bruggen zakken door
  • Verlaag de snelheid van bruggen en overhangs.
  • Verlaag de nozzletemperatuur licht.
  • Gebruik alleen bij bruggen een kleine hoeveelheid koeling.
  • Gebruik support bij zware overhangs.
  • Verklein eventueel de laaghoogte.
Het oppervlak is ruw of bevat kleine gaatjes
  • Controleer of het filament vocht heeft opgenomen.
  • Droog het filament indien nodig.
  • Kalibreer de flow of extrusion multiplier.
  • Verlaag de printsnelheid.
  • Controleer de nozzle op vervuiling.
Het onderdeel vervormt tijdens het afkoelen
  • Laat de print in de gesloten printer afkoelen.
  • Open de printkamer niet direct na afloop.
  • Verwijder het onderdeel pas wanneer de printplaat is afgekoeld.
  • Voorkom grote temperatuurverschillen.
  • Pas bij grote onderdelen het ontwerp of de oriëntatie aan.
De afmetingen van het onderdeel kloppen niet
  • Houd rekening met de krimp van ABS.
  • Kalibreer de flow en controleer op overextrusie.
  • Controleer de maatvoering van het 3D-model.
  • Gebruik de compensatie-instellingen van de slicer.
  • Print eerst een maatvast kalibratiemodel.

ABS bewaren en drogen

ABS kan vocht uit de lucht opnemen. Vochtig filament kan de printkwaliteit en laaghechting verminderen.

ABS goed bewaren

  • Bewaar de spoel in een gesloten zak of drybox
  • Voeg voldoende droogmiddel toe
  • Bewaar het filament op een droge plaats
  • Laat de spoel niet onnodig lang openstaan
  • Sluit de verpakking na gebruik direct weer af

Signalen van vochtig ABS

  • Knetterende of ploppende geluiden
  • Kleine gaatjes in het printoppervlak
  • Een ruwe of inconsistente extrusie
  • Meer stringing dan normaal
  • Verminderde hechting tussen de lagen
Filament drogen Gebruik bij voorkeur een geschikte filamentdroger. Volg de aanbevolen temperatuur van de droger en voorkom dat de spoel of het filament vervormt.

Materiaaleigenschappen van TM3D ABS

Onderstaande gegevens geven een algemeen beeld van het materiaal.

Materiaal ABS
Filamentdiameter 1,75 mm of 2,85 mm, afhankelijk van de gekozen uitvoering
Dichtheid Circa 1,04 g/cm³
Aanbevolen nozzletemperatuur 240–260 °C
Aanbevolen printbedtemperatuur 90–110 °C
Aanbevolen ventilator 0%
Gesloten printkamer Sterk aanbevolen
Geschikte nozzle Standaard messing nozzle voor normaal, ongevuld ABS
Gebruik Functionele onderdelen, behuizingen, prototypes, machineonderdelen en onderdelen met een hogere temperatuurbestendigheid

De exacte eigenschappen kunnen per kleur, variant en testmethode licht verschillen. Raadpleeg voor technische toepassingen altijd het actuele technische datablad.

Veilig printen met ABS

Zorg tijdens het printen met ABS voor een veilige en goed geventileerde werkruimte.

  • Zorg voor voldoende ventilatie of geschikte luchtafvoer.
  • Plaats de printer bij voorkeur niet in een woon- of slaapruimte.
  • Raak de hete nozzle en het verwarmde printbed niet aan.
  • Laat een printer niet onnodig onbeheerd werken.
  • Houd de printer uit de buurt van brandbare materialen.
  • Gebruik geprinte onderdelen niet automatisch voor voedselcontact, medische toepassingen of veiligheidskritische toepassingen.
  • Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad voor aanvullende productinformatie.
Ventilatie blijft belangrijk Een gesloten printkamer helpt bij de printkwaliteit, maar vervangt geen goede ventilatie of luchtafvoer in de ruimte waarin de printer staat.

Veelgestelde vragen over ABS

Kan ik TM3D ABS met een standaard ABS-profiel printen?

Ja. Kies eerst het standaard- of Generic ABS-profiel van je printer. Gebruik een nozzletemperatuur binnen het bereik van 240–260 °C en een printbedtemperatuur van 90–110 °C.

Heb ik voor ABS een gesloten printer nodig?

Een gesloten printer wordt sterk aanbevolen. De stabiele temperatuur in de printkamer vermindert warping en verkleint de kans op scheuren tussen de lagen.

Moet de ventilator bij ABS aan of uit?

Laat de normale ventilatorkoeling bij voorkeur uit. Te veel koeling kan krimp, slechte laaghechting en scheuren veroorzaken. Alleen bij moeilijke bruggen kan beperkte koeling nodig zijn.

Waarom trekt mijn ABS-print krom?

Warping ontstaat doordat ABS tijdens het afkoelen krimpt. Gebruik een warm printbed, een gesloten printkamer, een brim en voorkom koude luchtstromen.

Kan ABS buiten worden gebruikt?

ABS kan buiten worden gebruikt, maar is minder goed bestand tegen langdurige uv-straling. Voor onderdelen die permanent buiten staan, is ASA meestal een betere keuze.

Welke nozzle kan ik gebruiken?

Voor normaal ABS is een standaard messing nozzle van 0,4 mm een goede keuze. Voor gevulde ABS-varianten kan een slijtvaste nozzle nodig zijn.

Waarom scheurt mijn hoge ABS-print tussen de lagen?

Dit ontstaat meestal door een te lage omgevingstemperatuur of sterke temperatuurverschillen. Houd de printkamer gesloten, zet de ventilator uit en verhoog eventueel de nozzletemperatuur.

Klaar om met ABS te printen?

Ontdek het assortiment TM3D ABS-filament, geproduceerd in Nederland en verkrijgbaar in verschillende kleuren, diameters en spoelgroottes.

Bekijk alle ABS-filamenten

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Please note, comments must be approved before they are published